Digitale soevereiniteit Europa staat steeds vaker ter discussie. We sturen onze berichten via Amerikaanse servers en onze e-mails via Amerikaanse clouds. We slaan onze bedrijfsdata op in Amerikaanse datacenters en onze AI-modellen komen uit Silicon Valley.
En ondertussen bouwen diezelfde Amerikaanse bedrijven gigantische datacenters in Europa. Het lijkt Europees, de data staat fysiek in Europa en draait op Europese stroom, maar juridisch en economisch valt het onder Amerikaanse controle.
De vraag is dus niet óf we afhankelijk zijn van de Verenigde Staten, want dat zijn we. De vraag is: hoe afhankelijk willen we eigenlijk zijn?

De onzichtbare infrastructuur van afhankelijkheid
Tech-afhankelijkheid voelt als iets kleins. De VS heeft goede software, die bijna overal ter wereld wordt gebruikt. WhatsApp is handig, Gmail werkt, AWS draait probleemloos, betalen met Apple Pay en Google Pay is eenvoudig en Microsoft 365 is de standaard. Maar is dat eigenlijk wat we willen?
De grote drie Amerikaanse bedrijven, Amazon (AWS), Microsoft (Azure) en Google (Cloud), domineren samen ruim twee derde van de Europese cloudmarkt. Dat betekent dat een groot deel van onze overheidsdata, zorgdata en bedrijfsdata onder de Amerikaanse Cloud Act valt. Die wet verplicht Amerikaanse bedrijven om data te overhandigen aan Amerikaanse autoriteiten, zelfs als die data fysiek in Europa staat.
Met andere woorden: Europese data in een Europees datacenter is juridisch niet per definitie Europese data.
De afgelopen tijd is dit veel in het nieuws. Misschien hoor je het ook vaker om je heen: moeten we overstappen op Europese alternatieven? Is dat haalbaar? Welke alternatieven zijn er? En werken die net zo goed?
Messengerapps: bestaat er een Europees alternatief voor WhatsApp?
Een goed voorbeeld is WhatsApp, onderdeel van met Amerikaanse Meta met een advertentiegedreven verdienmodel. Hoewel berichten end-to-end versleuteld zijn, verzamelt Meta metadata: wie met wie communiceert, wanneer en hoe vaak. En omdat vrijwel iedereen WhatsApp gebruikt, is het logisch dat je blijft waar je netwerk zit.
Signal wordt vaak genoemd als alternatief: privacyvriendelijk, geen advertentiemodel en minimale metadataverzameling . Vanuit technisch perspectief is het een sterk alternatief, maar helaas is Signal óók Amerikaans en valt het dus nog steeds onder de Amerikaanse wetgeving. Daarnaast speelt het netwerkeffect een grote rol. Als het merendeel van je contacten WhatsApp blijft gebruiken, is overstappen niet praktisch.
Er zijn wel een aantal Europese alternatieven: het Zwitserse Threema en Teleguard, het Franse Olvid en SKRED, het Duitse ginlo Private, en Element uit het VK. Threema en Element zijn open source, wat transparantie vergroot en onafhankelijke controle mogelijk maakt.
Toch worden deze alternatieven beperkt gebruikt (zelfs nog minder dan Signal). Dat heeft deels te maken met onbekendheid, maar vooral met de eerdergenoemde gewoonte en netwerkeffecten. Zolang de massa op één platform zit, blijft de overstapdrempel hoog.
E-mail: Gmail vs. Proton
E-mail is minder zichtbaar dan sociale media, maar nog altijd erg belangrijk. Contracten, facturen, interne berichten en nog veel meer loopt allemaal via je mailbox, die in veel gevallen wordt beheerd door Google of Microsoft.
Hoewel Gmail gratis is, werkt ook Google met een advertentiegedreven verdienmodel. Google zet de inhoud van e-mails niet direct in voor advertentiepersonalisatie, maar maakt Gmail wel deel uit van het bredere advertentie-ecosysteem van Google. Heb je een Google-account en gebruik je diensten als Android, YouTube of Google Maps, dan bouwt Google een uitgebreid advertentieprofiel op basis van je activiteit binnen dat ecosysteem.
Proton, gevestigd in Zwitserland, positioneert zich als privacygericht alternatief. Het werkt met end-to-end encryptie en een nul-kennisarchitectuur, waardoor zelfs Proton zelf geen toegang heeft tot de inhoud van je e-mails. Bovendien valt het onder Zwitserse privacywetgeving, en niet de Amerikaanse Cloud Act.
Overstappen is niet altijd eenvoudig. Veel organisaties, maar ook individuen, zitten diep in het Microsoft- of Google-ecosysteem, waarin e-mail, agenda’s, documenten en samenwerkingstools naadloos geïntegreerd zijn. Daarnaast kun je op talloze websites inloggen met een Google- of Microsoft-account, wat de overstapdrempel verder verhoogt.
Toch worden Europese alternatieven steeds serieuzer overwogen, zeker waar gevoelige data in het spel is.
AI: de nieuwe afhankelijkheid
Met AI is onze afhankelijkheid nog groter. De markt voor LLM’s wordt momenteel gedomineerd door OpenAI, Google DeepMind, Anthropic en Meta. Europese spelers lopen achter op het gebied van schaal, kapitaal en rekenkracht.
Toch zijn die Europese alternatieven er wel. In korte tijd zijn er miljarden geïnvesteerd in het Franse Mistral AI dat open-weight LLM’s ontwikkelt. Daarnaast richt Aleph Alpha uit Duitsland zich expliciet op soevereine AI-oplossingen voor overheden en defensie, met nadruk op controle en transparantie. En Proton heeft met Lumo een AI-assistent gelanceerd die inzet op gegevensbescherming en minimale dataverzameling.
Europese initiatieven hebben vaak een andere focus, met minder gesloten ecosystemen, meer open modellen en datasoevereiniteit. Er wordt niet alleen gestreefd naar maximale schaal, maar ook naar controle over data en infrastructuur.
De vraag is dus niet of Europa technisch in staat is om AI te bouwen, maar of we bereid zijn te investeren in een eigen koers. Ook als dat op korte termijn minder efficiënt of minder comfortabel lijkt dan aansluiten bij bestaande Amerikaanse platforms.
Datacenters: Europese grond, Amerikaanse controle
In Ierland, Nederland en Duitsland staan hyperscale datacenters van Google, Amazon en Microsoft, die grote hoeveelheden ruimte en stroom in beslag nemen en de basis vormen van onze digitale economie.
Neem bijvoorbeeld de Microsoft-datacentercampus in Middenmeer (Noord-Holland). Microsoft investeerde daar circa 1 miljard euro in meerdere datacentergebouwen. Het elektriciteitsverbruik van zo’n campus is vergelijkbaar met het jaarlijkse verbruik van een stad met honderdduizenden huishoudens.

Datacenters leveren banen en investeringen op, maar dit is relatief beperkt in verhouding tot hun energieverbruik en ruimtelijke impact. Een aanzienlijk deel van de winst vloeit bovendien terug naar Amerikaanse moederbedrijven, in plaats van naar Europese ondernemingen. Europa faciliteert dus de fysieke infrastructuur, maar heeft beperkt eigenaarschap over de digitale lagen die erop draaien.
Kun je spreken van digitale autonomie als de servers hier staan, maar de zeggenschap aan de andere kant van de wereld ligt?
Defensie: kritieke afhankelijkheid?
Het F-35 gevechtsvliegtuig, aangeschaft door meerdere Europese landen, is afhankelijk van Amerikaanse software, logistieke systemen en onderdelenvoorziening. Het softwaresysteem wordt centraal beheerd vanuit de Verenigde Staten.
Dat betekent dat operationele data en onderhoudsinformatie via Amerikaanse systemen loopt. In theorie kan de VS updates, onderdelen of ondersteuning beperken. En hoewel dat op korte termijn niet realistisch lijkt binnen NAVO-verband, illustreet het wel hoe diep de digitale afhankelijkheid van de VS reikt.
Het gaat hier niet meer over je apps of email of AI, maar over kritieke defensiesystemen en strategische autonomie.
Waarom kiezen we niet massaal Europees?
De vraag is niet zozeer of er Europese alternatieven zijn, maar waarom we ze zo weinig gebruiken. Amerikaanse techbedrijven hebben een enorme voorsprong in schaal, kapitaal en R&D, volwassen en wereldwijd geïntegreerde ecosystemen. Daarnaast werken deze systemen goed, en is men bekend met het gebruik ervan. Overstappen betekent dus zelden alleen een ander product kiezen, maar processen en afhankelijkheden opnieuw organiseren.
Een pro-Europees techbeleid draait om strategische afweging. Datasoevereiniteit, eigenaarschap en juridische controle moeten expliciet meewegen in investeringen en aanbestedingen. Dat vraagt om gerichte steun voor Europese cloud- en AI-initiatieven en om meer bewustzijn van de gevolgen van niet-Europese wetgeving.
Digitale autonomie betekent keuzevrijheid. Europa is groot en capabel genoeg om een eigen digitale koers te varen. De vraag is daarom niet of Amerikaanse technologie dominant is, maar of we onze communicatie, data, AI en zelfs defensiesystemen wel structureel moeten toevertrouwen aan één geopolitieke partner.
Voor wie benieuwd is welke Europese alternatieven er concreet bestaan, bieden european-alternatives.eu en redbus een overzicht per categorie, van cloudopslag tot zoekmachines en AI-tools.
Robert Dilber
Bronnen
- NRC – “Google inwisselen voor een Europese app? Zoeken naar alternatieven voor Amerikaanse tech blijkt nog niet zo makkelijk”
- Redbus – “Europese alternatieven voor grote techbedrijven, software & cloud”
- DCD – “Microsoft acquires 50 hectares for data center expansion in the Netherlands”
- HCC – “Waarom Europese alternatieven voor Amerikaanse technologie in Nederland (nog?) maar moeilijk doorbreken”
- Tweakers – “Defensie ziet jailbreak van F-35 als uitweg voor techafhankelijkheid van de VS”
- NOS – Afbeelding Middenmeer datacenter
- Built In – Afbeelding Amerikaanse techgiganten
